Opsporing verzocht? Screening in de huisartspraktijk

29 juni 2005
Signalement
Thema: Bevolkingsonderzoeken

Er komen steeds meer mogelijkheden voor vroege opsporing gericht op preventie van ziekte door tijdige behandeling of aanpassing van de leefstijl. In dit signalement wordt aandacht gevraagd voor de rol van de huisarts in die ontwikkeling.

Vroege opsporing (screening) is gericht op mensen die nog geen specifieke klachten ervaren. En voor die groep is de huisarts de enige arts met wie zij al een lopende relatie hebben. Het ongevraagde karakter van screening betekent wel dat sprake moet zijn van een duidelijke meerwaarde voor de personen die er mee worden benaderd. Ook is essentieel dat zij niet door het aanbod worden overvallen. Juist de huisarts is echter in staat op de persoon in kwestie toegesneden informatie te bieden en toe te zien op een weloverwogen besluitvorming.
Dat stelt wel hoge eisen, niet alleen aan deskundigheid en communicatieve vaardigheden, maar ook in termen van organisatie en tijdsbeslag. Veel mensen staan positief tegen een meer nadrukkelijke rol van hun huisarts op dit terrein. Maar huisartsen zelf zijn vaak terughoudend. Dat is deels een kwestie van capaciteit en prioriteit, maar het heeft ook te maken met uiteenlopende opvattingen over de rol van de huisarts. Moet de huisarts proactief zijn en de gezondheid van de patiënt ‘bewaken’, of juist een zorgverlener op afstand zijn, die pas in beeld komt wanneer het nodig is?

CEG gebruikt cookies voor het goed laten functioneren van de site en voor het registreren van de bezoekers. Om door te gaan zijn de functionele cookies noodzakelijk.





Onderaan elke pagina is een link naar onze privacy policy te vinden.