Gezamenlijke besluitvorming

Gezamenlijke besluitvorming is een breed gedragen ideaal, maar de praktijk kent nogal wat obstakels. Vroeger bepaalde de dokter wat goed was en volgde de patiënt zijn of haar advies. Tegenwoordig zijn patiënten mondiger en beslissen zij mee over hun behandeling. Dat is tenminste het streven. Maar in de praktijk blijkt dat gezamenlijke besluitvorming erg lastig kan zijn.

Gezamenlijke besluitvorming – in ideale vorm – veronderstelt dat zorgverlener en patiënt samen tot een beslissing komen op basis van een open uitwisseling van kennis, ervaringen en inzichten. Zorgverlener noch patiënt nemen dus onafhankelijk van de ander een beslissing. Gezamenlijke besluitvorming veronderstelt een ‘patiëntgerichte’ zorgverlener en een ‘actief participerende’ patiënt. ‘Patiëntgerichtheid’ vraagt van de zorgverlener dat hij of zij de patiënt als persoon in een sociale context beschouwt en ook rekening houdt met diens gevoelens, wensen, verwachtingen, waarden en ervaringen. ‘Actieve participatie’ vraagt van de patiënt dat die op zijn of haar beurt de zorgverlener hierover informeert en meedenkt over de invulling van het behandeltraject.

Gezamenlijke besluitvorming is dus een continu proces waarin zorgverlener en patiënt (en naaste familieleden) gezamenlijk beslissingen nemen in alle fasen van de behandeling. Binnen de gezondheidszorg gaat het vaak om ingrijpende beslissingen die om een zorgvuldig proces van wikken en wegen vragen. Zorgverleners en patiënten zijn ieder expert op hun eigen gebieden: zorgverleners weten veel van de ziekte en de behandeling daarvan, patiënten hebben ervaringskennis over hun ziekte en over het eigen leven waarin hun behandeling geïntegreerd zal moeten worden. Om een ‘beslissing op maat’ te kunnen nemen, is het van belang dat arts en patiënt elkaar vertrouwen en elkaars standpunten respecteren. Ook tijd is een onmisbare factor. Daardoor krijgt de patiënt de ruimte om informatie te laten bezinken en te accepteren dat er gekozen zal moeten worden.

Gezamenlijke besluitvorming is en blijft een zinvol ideaal, dat een goed uitgangspunt vormt voor behandeling en zorg. Aanmoedigen dat patiënten participeren en dat artsen verantwoordelijkheid delen tijdens het besluitvormingsproces is goed te rechtvaardigen op basis van een streven naar meer autonomie voor patiënten. Echter: niet alle patiënten zijn in staat om hun autonomie op de bij dit ideaal passende wijze vorm te geven, bijvoorbeeld doordat zij ernstig verstandelijk beperkt zijn. Ook is gezamenlijke besluitvorming niet in alle zorgsituaties uitvoerbaar, bijvoorbeeld omdat patiënten door een psychose tijdelijk wilsonbekwaam zijn.

Als een heel ander obstakel voor gezamenlijke besluitvorming wordt de toegenomen werkdruk van artsen genoemd, inclusief een toename van administratieve handelingen. Daardoor dreigt het gevaar dat artsen geen tijd meer nemen om patiënten zorgvuldig te informeren, zo nodig in meerdere gesprekken. Patiënten op hun beurt hebben soms hoge verwachtingen en kunnen druk uitoefenen op hun arts om (toch) een bepaald diagnostisch – of behandeltraject in te slaan. Een dergelijke eisende opstelling belemmert het ontstaan van een wederzijdse vertrouwensrelatie. Juist dit vertrouwen vormt de basis voor een gezamenlijk besluitvormingsproces.

Ethische kwesties:

CEG gebruikt cookies voor het goed laten functioneren van de site en voor het registreren van de bezoekers. Om door te gaan zijn de functionele cookies noodzakelijk.





Onderaan elke pagina is een link naar onze privacy policy te vinden.