Informed consent

Informed consent is een belangrijk uitgangspunt uit het gezondheidsrecht. Informed consent houdt in dat een patiënt zijn of haar toestemming moet geven voor een medische behandeling of deelname aan (medisch-)wetenschappelijk onderzoek. De patiënt behoort dan wel adequaat geïnformeerd te zijn over bijvoorbeeld risico’s en belasting van een behandeling. Deze op informatie gebaseerde toestemming wordt informed consent genoemd.

Bij ingrijpende behandelingen wordt expliciet om de toestemming van de patiënt gevraagd. In overige gevallen gaat de arts van stilzwijgende toestemming uit. Bij deelname aan een medisch-wetenschappelijk onderzoek moet de betrokkene vooraf schriftelijk toestemming geven.

De doctrine van informed consent bij medische behandelingen werd in de loop van de 20ste eeuw dominant en verving het idee ‘dat de dokter het beste weet wat goed is’ voor de patiënt. De patiënt is gaan meebeslissen over de behandeling. Informed consent bij medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen kwam naar de voorgrond in reactie op misstanden, zoals wreedheden bij nazi-experimenten (dit heeft geleid tot de totstandkoming van de Code van Neurenberg) en experimenten zoals het Tuskegee-syfilisonderzoek, waarbij de zieke participanten geen geneesmiddelen kregen. In de Verklaring van Genève (1948), en later de Verklaring van Helsinki (1964) werden ethische principes voor het toepassen van medisch onderzoek met menselijk deelnemers opgesteld. In het Belmont rapport (1979), dat periodiek wordt bijgewerkt, zijn richtlijnen vastgelegd voor het uitvoeren van biomedisch- en gedragsonderzoek.

Ethische kwesties:

Nieuws- en persberichten

CEG gebruikt cookies voor het goed laten functioneren van de site en voor het registreren van de bezoekers. Om door te gaan zijn de functionele cookies noodzakelijk.





Onderaan elke pagina is een link naar onze privacy policy te vinden.