Wat is ethiek?

Ethiek is nadenken over goed handelen. Centraal staat de vraag naar wat goed is om te doen in concrete situaties. Van oudsher is ethiek een onderdeel van de filosofie. De Griekse wijsgeer Socrates (470-399 v Chr.) geldt als grondlegger van deze discipline. Hij stelde dat overal waar mensen bij elkaar zijn ethiek wordt bedreven. Want overal waar mensen samen leven en samen werken komt de vraag op naar hoe dat dan op een goede manier mogelijk is. In een notendop geeft dit aan dat aan ethiek twee kenmerken te onderscheiden zijn. Allereerst wordt er gereflecteerd en gediscussieerd. Maar dat gebeurt niet in het luchtledige. Dat nadenken, dat praten, dat wikken en dat wegen heeft altijd betrekking op het vormgeven aan de praktijk van het leven. Dat is het tweede kenmerk van ethiek: praktische vragen vormen het startpunt. h2. Moraal: weerspiegeling van waarden en normen Ethiek gaat over moraal. Moraal vormt de neerslag van wat in een bepaalde gemeenschap als vanzelfsprekend gedrag is aanvaard. Het is de uiting van een wijze van samenleven of samen werken die in die gemeenschap gewoon is en waarin haar waarden en normen worden weerspiegeld. Waarden zijn uitgangspunten voor ons handelen; het zijn de idealen van goed leven die we in ons gedrag na willen streven. Normen zijn geënt op die waarden en vormen als het ware de spelregels van het samenleven en samenwerken. Ze geven de richting aan voor goed gedrag. In de zorg vinden wij het bijvoorbeeld vanzelfsprekend dat artsen en verpleegkundigen patiënten informeren over wat er met hen aan de hand is. Dat is een norm die voortkomt uit de waarde of ideaal van autonomie. We vinden het waardevol dat mensen zelf hun leven naar eigen inzicht inrichten, dus ook zelf beslissen of ze een behandeling aangaan of niet. Om het ideaal van autonomie te realiseren is goed informeren van patiënten een voorwaarde. Dat komt tot uitdrukking in verschillende normen waar zorgprofessionals zich aan te houden hebben. Er is bijvoorbeeld een informatieplicht (over de diagnose, de prognose, de behandelmogelijkheden) en er moet toestemming voor behandeling worden gevraagd. Dat minimum is ook vastgelegd in een wet: de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). h2. Morele ervaring en morele problemen Ethiek gaat iedereen aan. Iedereen handelt namelijk vanuit bepaalde ideeën, intuïties of gevoelens over wat goed is om te doen. Elk mens heeft een dergelijke morele ervaring of beschikt over morele opvattingen. Die ervaring of opvattingen worden op de proef gesteld wanneer de zaken anders gaan dan we graag gezien zouden hebben. We vinden dat wat gebeurt dan niet vanzelfsprekend en voelen onbehagen. Zo ontstaan morele problemen en discussies. Zo ontstaat behoefte aan moreel beraad. In de context van de gezondheidszorg voelen we dat onbehagen bijvoorbeeld als we horen dat nierpatiënten sterven terwijl ze op de wachtlijst staan voor een donornier. Of als de dokter een patiënt een deel van de waarheid onthoudt, een patiënt een behandeling eist die medisch gezien onverantwoord is, in een verpleeghuis van privacy nauwelijks sprake is vanwege de vierpersoonskamers. Al deze voorbeelden roepen het gevoel op dat het niet klopt wat er gebeurt. En dat bepaalt de noodzaak tot ethische reflectie en discussie over de vraag hoe het dan wel zou moeten. En over de vraag hoe we dat dan wel voor elkaar kunnen krijgen. h2. Ethiek en gezondheid Als het gaat om ethiek en gezondheid, staat de vraag naar goede zorg centraal. Die vraag speelt op drie niveaus. Het niveau van het individu richt zich op de relatie tussen zorgverlener en patiënt. Kwesties rond het beroepsgeheim en informatieverstrekking springen in het oog, maar ook de vraag naar wat voor soort hulpverlener-patiënt relatie nu eigenlijk goede zorg oplevert, speelt hier. Een volgend niveau is dat van zorginstellingen en organisaties. Van een ziekenhuis wordt bijvoorbeeld verwacht dat er goede zorg geleverd wordt. Maar hoe geef je dat vorm als je budget beperkt is? En hoe richt je het organisatorisch zo in dat professionals van diverse pluimage zo goed mogelijk samenwerken? Hoe geef je instellingsbeleid verder vorm? Doen we als ziekenhuis alles wat medisch gezien kan of zijn er ook grenzen? Bij die laatste vragen kan een ethische commissie behulpzaam zijn. Maar hoe bindend beschouwen we het advies van zo’n commissie? Ten slotte is er het niveau van de samenleving. Goede zorg ontstaat niet in een vacuüm. Politiek, recht, economie, wetenschap, verzekeraars, media en publieke opinie oefenen invloed uit op hoe er op de werkvloer gehandeld wordt. Een tekort aan verzorgenden in de verpleeghuiszorg bijvoorbeeld, staat goede zorg voor demente ouderen in de weg. Is dat alleen een politiek probleem, of hebben verzekeraars hier ook een verantwoordelijkheid? Of de samenleving als geheel? En in hoeverre mag de overheid, als het gaat om goede jeugdzorg, zich bemoeien met wat er achter de voordeur van het gezin plaatsvindt? Het Centrum voor Ethiek en Gezondheid signaleert ontwikkelingen op het gebied van gezondheid en zorg om deze op de ethische agenda van de overheid te plaatsen. Het CEG bevindt zich daarmee op het derde, breedste niveau. Hoewel het CEG - als samenwerkingsverband van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg en de Gezondheidsraad - nauwe banden heeft met de praktijk van de zorg en de stand van de wetenschap in de gaten houdt, is uw individuele morele ervaring en visie vanuit de praktijk van zorgverlener, zorgontvanger of betrokken burger onontbeerlijk bij het bepalen van die ethische agenda. Vandaar dat u uw suggesties en signaleringen over ethische vragen of knelpunten kunt melden bij info@ceg.nl. Het CEG is ingesteld op initiatief van minister Borst naar aanleiding van het advies Ethiek met Beleid van de RVZ.

CEG gebruikt cookies voor het goed laten functioneren van de site en voor het registreren van de bezoekers. Om door te gaan zijn de functionele cookies noodzakelijk.





Onderaan elke pagina is een link naar onze privacy policy te vinden.