Ethiek in commissies

Rondom ethiek in commissies kan er gemakkelijk verwarring ontstaan, omdat er verschillende typen commissies zijn: Erkende Medisch Ethische Toetsingscommissies (METC), CCMO – Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek en Ethische commissies.

METC

Medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen kan pas plaatsvinden nadat het onderzoeksdossier is goedgekeurd door een onafhankelijke commissie. Dat is zo bepaald in de WMO (Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen).

Jaarlijks worden zo’n 1800 onderzoeken ingediend. Dit aantal blijft al jaren constant. Het merendeel van de toetsing gebeurt decentraal en wordt getoetst door erkende METC’s (Medisch Ethische Toetsingscommissies). Het decentrale karakter van toetsing is een bewuste keuze en is gedaan om verschillende redenen. Eén daarvan is het voorkomen dat de centrale overheid een te groot stempel zou drukken en er een soort staatsethiek zou ontstaan. In erkende METC’s staan medisch-ethische vragen centraal die betrekking hebben op wetenschappelijk onderzoek.

De morele afweging draait in dergelijke commissies vaak om het algemene, wetenschappelijk belang van het onderzoek en de risico’s op (gezondheids)schade die proefpersonen lopen. Bovendien gaat het in wetenschappelijk onderzoek in de gezondheidszorg veelal om onderzoek met patiënten. Zij bevinden zich in een kwetsbare, afhankelijke positie.

Van de 30 erkende METC’s zijn er 7 niet instellingsgebonden METC’s en 8 UMC-gebonden METC’s. Een aantal niet instellingsgebonden METC’s werkt hoofdzakelijk voor de industrie.

CCMO

Alleen voor bepaalde typen medisch-wetenschappelijk onderzoek is expertise gebundeld in één commissie, de CCMO. Dat is in de WMO zo aangegeven. Dan gaat het om onderzoek met specifieke ethische, juridische of maatschappelijke aspecten (zoals gentherapie en stamcellen, of onderzoek met kinderen). Het betreft onder andere niet-therapeutisch interventieonderzoek met minderjarige en wilsonbekwame proefpersonen, maar ook onderzoek dat onder de Embryowet valt.

De CCMO beoordeelt jaarlijks tientallen van dit soort dossiers. De CCMO heeft ook de wettelijke taak de METC’s te erkennen en toezicht te houden op hun werkzaamheden. De CCMO fungeert ook als een beroepsinstantie voor beroep tegen door een METC afgewezen onderzoek. Daarnaast registreert de CCMO al het medisch-wetenschappelijk onderzoek dat in Nederland is beoordeeld in een centrale databank.

Ethische commissie

Veel instellingen in de zorg beschikken over een commissie ethiek. Dat geldt niet alleen voor ziekenhuizen, maar ook voor verpleeghuizen, thuiszorgorganisaties of psychiatrische instellingen.

Dergelijke multidisciplinaire samengestelde commissies adviseren over ethische vragen met betrekking tot patiëntenzorg en instellingsbeleid. In dergelijke commissies hebben behalve artsen, ook verpleegkundigen, ethici, juristen, geestelijk verzorgers, psychologen en andere hulpverleners zitting.

Daarnaast beschikken ook organisaties als beroepsverenigingen (bijv. V&VN, Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland) en vakbonden (bijv. CNV Zorg en Welzijn) vaak over commissies ethiek. Deze commissies adviseren het bestuur van de beroepsvereniging en ondersteunen zorgverleners bij het omgaan met lastige morele vragen waarmee ze in de zorgpraktijk worden geconfronteerd.

Ethische kwesties:

CEG gebruikt cookies voor het goed laten functioneren van de site en voor het registreren van de bezoekers. Om door te gaan zijn de functionele cookies noodzakelijk.





Onderaan elke pagina is een link naar onze privacy policy te vinden.