Gezondheidszorg op TV

Bij de patiënt in beeld zijn er diverse actoren met mogelijk verschillende belangen. De zorginstelling wil een goede presentatie van zichzelf, de zendgemachtigde en de producent willen hoge kijkcijfers, en mee betalende patiëntenverenigingen willen aandacht voor ‘hun’ ziekte. Dit kan tot een aantal spanningen leiden bij de productie en de uitzending.

TV-programma’s over gezondheidszorg zijn zeer populair. Vrijwel iedere omroep heeft zijn eigen gezondheidszorgprogramma. Het begon ooit met ‘Vinger aan de pols’, nu zijn ‘Ingang Oost’, ‘Traumacentrum’ en Radboud Spoed voorbeelden van veel bekeken programma’s. De aard en de opzet van de programma’s lopen uiteen: van een praatprogramma en reality-TV met al dan niet een live-uitzending tot aan geromantiseerde, wellicht gesponsorde soaps.

Het grote verschil tussen soaps en bijvoorbeeld reality-shows is dat er geen echte patiënten aan te pas komen. Een acteur komt graag en blijvend op tv, de vraag is of dat voor een echte patiënt ook zo is. Een patiënt geeft – vooraf of achteraf toestemming, maar kan hij de situatie wel goed inschatten? Kan hij in een kwetsbare situatie zijn overrompeld door een cameraploeg? Dit zijn vragen naar de mate van controle die een patiënt heeft. Waar hij erg weinig controle op heeft, is hoe beelden hun eigen leven kunnen leiden op internet (bijv. via ‘you tube’) en in TV-programma’s die beeldfragmenten in een andere context gebruiken.

Spanningsvelden

Bij de patiënt in beeld zijn er diverse actoren met mogelijk verschillende belangen. De zorginstelling wil een goede presentatie van zichzelf, de zendgemachtigde en de producent willen hoge kijkcijfers, en mee betalende patiëntenverenigingen willen aandacht voor ‘hun’ ziekte. Dit kan tot een aantal spanningen leiden bij de productie en de uitzending. We noemen de volgende voorbeelden:

Toelaatbaar en nuttig?

De discussie over nut en onnut en de grenzen aan het toelaatbare is in volle gang. Mag je iemand filmen die stervende is, bewusteloos of dement? Of live een openhartoperatie op TV uitzenden om aandacht te vragen voor risico’s van hart en vaatziekten?

Eén zaak staat vast: het belang voor de patiënt zelf lijkt niet bijster groot. Hij krijgt mogelijk een extra goede behandeling, zowel technisch als in de bejegening – op voorwaarde dat de zorgprofessionals zich niet gehinderd voelen door de cameraploeg. Mogelijk draagt het delen van ervaringen bij aan zijn verwerkingsproces en herstel en de idee (toch) iets voor medemensen te betekenen. Mogelijk krijgt hij door vele gesprekken vooraf een betere vertrouwensband met de behandelend chirurg.

De vraag naar het belang of nut voor de patiënt in beeld is een belangrijk ijkpunt om te voorkomen dat hij figurant is in zijn eigen leed, zoals vroeger de tentoongestelde patiënten in een collegezaal of op de kermis. Hierbij is een aantal waarden in het geding, die ethische overwegingen oproepen.

Ethische overwegingen

*Meer dan de patiënt is de professional verplicht informatie niet met derden te delen. Een live-uitzending is onvoorspelbaar, een montage naderhand kan afstand nemen tot de werkelijkheid; er kan dus altijd wat gebeuren waardoor de vertrouwensrelatie schade oploopt, wat nadelig is voor de nog volgende zorgcontacten. Bovendien kan een patiënt later zijn beklag doen op TV, maar de dokter kan zich vanwege zijn beroepsgeheim niet openlijk verweren. Deze ongelijkheid kan de vertrouwensrelatie eveneens onder druk zetten.

Gezondheidszorg blijft als amusement en infotainment een heikel onderwerp. Patiënten, ziekenhuizen (etc.), individuele professionals en patiëntenverenigingen staan steeds voor een complexe afweging met ethische aspecten: ‘Waarom zouden we eigenlijk aan dat TV-programma meedoen?’ Zie voor ethische overwegingen in dit krachtenveld het CEG signalement Camera aan het ziekbed (CEG 2009).

CEG gebruikt cookies voor het goed laten functioneren van de site en voor het registreren van de bezoekers. Om door te gaan zijn de functionele cookies noodzakelijk.





Onderaan elke pagina is een link naar onze privacy policy te vinden.